|
Terschellinger Historie in een notendop
Het loodswezen
De loodserij zal wel ongeveer even oud zijn als de koopvaardij.Weliswaar werden er al in de middeleeuwen tonnen gelegd en bakens geplaatst, maar na een flinke storm was het lang niet zeker dat die tonnen nog netjes op hun plaats lagen. De zeilaanwijzingen, waarvan de oudste bekende uit het begin van de 16e eeuw dateren, verouderden snel, vooral voor de zeegaten met hun immer zich verplaatsende geulen en ondiepten.
Voor 1615 zouden we loods een vrij beroep kunnen noemen. In dat jaar kwam de eerste wettelijke regeling van wat toen de pilotage werd genoemd. De Staten van Holland benoemden vier Commissarissen tot de Pilotage benoorden de Maas, uit de stadsbesturen van Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik elk één. Er kwamen loodsexamens, die bestonden uit het opdreunen van alle kenmerken van het te beloodsen vaarwater. De loodsgelden werden vastgesteld en er kwam een regeling voor de rechtspraak in geschillen tussen loodsen en schippers.
|
|
Grote 'kapen', houten peil-bakens, op de duinen waren belangrijke hulpmiddelen voor de scheepvaart. Zeevarenden konden zich hiermee orienteren voor het vinden van de juiste aanlooproute tussen de banken. H. Kobell in 1780
|
De Pilotage is voor West-Terschelling van enorme betekenis geweest. In 1680 werd voor het vaststellen van een aantal belastingen in heel Holland een volkstelling gehouden. Het dorp telde toen 1085 inwoners, waarvan er 253 de zee bevoeren, 103 als loodsman.
In 1744 waren er elf geregistreerde loodsschuiten met naast de elf stuurlieden vijfendertig loodsen. In 1794 was dat teruggelopen tot acht schuiten met naast de stuurlieden nog achtentwintig loodsen. In 1835 werden de particuliere loodsdiensten omgezet in de Rijksdienst van het Loodswezen die onder het Ministerie van marine kwam te ressorteren. Had die oorspronkelijk ook de kustverlichting onder haar toezicht, nu hoort die onder Rijkswaterstaat en is het loodswezen geprivatiseerd.
|