Terschellinger Historie in een notendop

Vijftien eendekooien

In de polder een dichte bossage midden tussen de weilanden, met een stenen schuurtje er bij. Zo zijn er nog, of liever weer, drie. De Hoornder kooi, nu eigendom van Staatsbosbeheer; de Landerumer kooi, nu eigendom van Natuurmonumenten; de Formerumer kooi, gesticht in de eerste helft van de negentiende eeuw, dichtgegooid geweest maar weer uitgegraven en beplant. Nu particulier eigendom, maar zonder kooirecht. En dan zijn er de vier kooien langs de Grië. De eerste is meer dan 300 jaar oud, de andere zijn gesticht rond 1890. Vooral de laatste, Rimkes kooi, heeft een heel eigen sfeer, daar ver van de bewoonde wereld.

Eendekooien zijn op Terschelling geïntroduceerd door mensen van de vaste wal. De Amsterdamse bedijkers van de tweede Stryperpolder waren de eersten. De volgende liefhebber kwam uit Friesland. Hij had tussen Lies en Hoorn in de polder voldoende land gekocht om aan de voorwaarde te kunnen voldoen: geen overlast veroorzaken voor anderen.

De 15 eendenkooien met de jaren waarin zij zijn aangelegd.

De Westerkooi, die de naam bleef houden toen in 1715 de westelijkste kooi bij Schittrum werd aangelegd, lag bij camping De Kooi en het natuurmonument de Kooibosjes. Hij is in 1655 gesticht door twee zoons van de drost Cornelis Berck. Eveneens in 1655 vroeg een inwoner van Hoorn toestemming om op zijn eigen land een kooi te stichten. Hij kreeg die onder voorwaarde dat hij voor hij met de aanleg begon de drost de eigendomsbewijzen van zijn land zou tonen. Dat gold trouwens voor alle aanvragers van een kooi op eigen land.

In 1663 wilde de drost zelf een kooi stichten. Hij had daarvoor een plek op het oog voorbij Oosterend, in een water dat toen het Vlackwater werd genoemd. Deze kooi, oorspronkelijk Oosterkooi geheten, is nu bekend als Takkekooi.

© 2001-2005 www.Schylge en Alternate Experience, alle rechten voorbehouden