Terschellinger Historie in een notendop

De molens van Terschelling

De molen die in Formerum de voorbijgangers uitnodigt een kop koffie te komen drinken heeft vele jaren graan gemalen. Hij kan dat nog steeds, maar er groeit geen graan meer op Terschelling, hoogstens wat maïs. In de tweede helft van de 15e eeuw werd waarschijnlijk de eerste korenmolen gebouwd, een onderneming van de Popma's en hun verwanten. De molen was een zogenaamde dwangkorenmolen: wie graan te malen had moest dat in Formerum laten doen. Wie elders graan had laten malen was verplicht ook in Formerum maalloon te betalen. In 1603 werd geklaagd dat daar niets van terecht kwam. Veel inwoners lieten hun brood uit Harlingen komen, zowel voor thuis als voor aan boord.

In 1599 wilden die van het Westeinde zelf een korenmolen hebben. Ze betaalden graag extra maalloon als ze maar niet meer de verre reis naar Formerum hoefden te maken. Ze kregen hem niet. In 1612 kwam er dan toch een molen op het Westeinde, die alleen mocht malen voor de inwoners van het eigen dorp. Oosters die in West lieten malen dienden ook in Formerum het maalloon te voldoen. Dat gold dus ook voor bijvoorbeeld boeren in Wolmerum, die anderhalve kilometer van de Westerse molen woonden, en meer dan een uur langs het wagenpad moesten zwoegen om in Formerum te komen.

Zo zou West er omstreeks 1650 vanaf de Brandaris kunnen hebben uitgezien. De molen stond toen nog aan het later in de haven verdwenen eind van de Molenstraat.

De Westerse molen stond ten oosten van de Molenstraat op een plek die sinds lang in de haven ligt. In 1723 horen we daar niets meer over. De twee molenaars van het Westeinde hebben vernomen dat ze meer belasting zullen moeten gaan betalen, terwijl ze toch al tweemaal zoveel betalen als hun collega in Formerum. Ze beklagen zich bij de Grafelijkheids rekenkamer dat de inkomsten uit hun molen veel lager zijn geworden doordat hun dorp voor bijna de helft is weggespoeld door de zee en veel inwoners naar elders zijn vertrokken. Drost en burgemeesters doen een goed woord voor ze, maar het mag niet baten. Het verzoek wordt afgewezen.

In de dertiger jaren van de negentiende eeuw werd de molen van het Westeinde voor paard en wagen onbereikbaar, terwijl de molen om Oost in zo'n slechte staat verkeerde, dat er al gauw te veel wind stond. Een ondernemend zakenman uit West-Terschelling besloot daar iets aan te doen. Hij vroeg concessie voor een tweede molen nabij het dorp. De andere molenaars tekenden natuurlijk verzet aan, terwijl de bakkers het daarentegen toejuichden. Ze zouden dan eindelijk aan behoorlijk gemalen meel kunnen komen.

De geest van de tijd was de vrije concurrentie gunstig gezind. In 1838 kwam de nieuwe molen er, aan Dellewal. De molen op het duin had al gauw niet veel anders meer te doen dan de loodsen de weg te wijzen, wat trouwens een toelage van het Ministerie van Marine opleverde. De nieuwe molenaar kocht de oude molen op en maakte vervolgens aanspraak op de subsidie. Op 30 september 1841 sloeg de bliksem in de molen, die tot de grond toe afbrandde, weg subsidie. Het loodswezen plaatste voorlopig ter plekke een lange staak met een mand er aan, die het jaar daarop werd vervangen door de Molenkaap, die nog op oude foto's te zien is. In 1875 moest eigenaar van de molen aan Dellewal, na een faillissement de molen verkopen. Koper werd de molenaar van Formerum, die hem bij de oude plaatste, die nog tot 1888 is blijven staan. Toen werd de molen van Dellewal weer de enige molen op Terschelling - in Formerum.

© 2001-2005 www.Schylge en Alternate Experience, alle rechten voorbehouden