Terschellinger Historie in een notendop

20 augustus 1666: Het Westeinde brandt!

1665-1667 Tweede Engelse oorlog. Een oorlog zonder duidelijke winnaar of verliezer. In augustus 1666 voer de Engelse vloot, nadat ze de tweedaagse zeeslag had gewonnen, van zuid naar noord langs de Nederlandse kust op zoek naar buit. De vloot koos ligplaats tussen de zeegaten van Texel en het Vlie. Besloten werd het Vlie binnen te varen om Vlieland te plunderen en en passant ook eens op Terschelling te gaan kijken.

Op 18 augustus gingen een paar Engelse fregatten op weg naar het Vlie. Het was geen helder weer en de wind was verkeerd. Een verkenningsjachtje was vooruit gegaan en rapporteerde dat er binnen het Vlie wel vijftig grote koopvaarders voor anker lagen. Toen de volgende ochtend de wind gunstig was, voeren ze, ondanks het matige zicht, het zeegat binnen. Robert Holmes, de Engelse commandant, ontdekte tot zijn schrik dat er geen vijftig, maar naar zijn schatting wel honderdzeventig schepen voor anker lagen. Als de bemanningen daarvan zich tegen hem keerden zou hij geen schijn van kans maken. Vlieland kon wachten.

Een overzicht van de Engelse aanval. De oorlogsvloot lag ten anker voor de Vliemonding. Met kleinere schepen werden aanvallen uitgevoerd op de Nederlandse koopvaarders op het Vlie en op West-Terschelling. Vlieland stond ook op het programma maar ontsprong het noodlot wegens verslechterende weersomstandigheden.

De dichtopeen liggende koopvaarders werden een gemakkelijke prooi voor de Engelsen. De twee begeleidende oorlogsschepen konden vrijwel niets uitrichten. De Engelsen staken de koopvaarders in brand zonder eerst te plunderen, daar was geen tijd voor. Van de voorgenomen landing op Vlieland kon die dag niets meer komen, die moest tot de volgende dag wachten. Maar door de harde regen die nacht werden kruit en wapens onbruikbaar. De sloepen moesten terug naar de bij Terschelling liggende fregatten voor nieuwe voorraden. Daar werd besloten om alleen nog een haastig kijkje op Terschelling te gaan nemen. Ze landden met 1100 man op het toenmalige westpuntje van Terschelling, een plek die nu ergens op de Noordvaarder ligt. Na een tocht van ongeveer een uur, bereikten ze zonder tegenstand het inmiddels door bewoners verlaten dorp. De plundering kon beginnen.

Holmes stond ondertussen te popelen om weg te gaan. Toen de plunderaars te lang werk hadden naar zijn zin liet hij het dorp maar vast in brand steken, dan kwamen ze wel. Toen de sloepen vertrokken bleef een kits nog achter om eventuele laatkomers op te vangen.

Toen de Engelsen weg waren en de bewoners terugkeerden bleken er van de ongeveer 400 huizen nog 30 onbeschadigd. De Brandaris mankeerde niets, de in 1663 achter de huizen gebouwde kerk had alleen wat brandplekken in de portiek. De hervormde pastorie, de twee doopsgezinde vermaningen, de school en het 'tamelijk aardige nieuwe raadhuis' waren met al die andere huizen verloren gegaan. Een van de eerste daden van het dorpsbestuur was kijken of het verstopte geld er nog was. Een deel ervan was verstopt geweest in een ketel. De eigenares die hem had afgestaan kreeg hem vergoed. Verder was er geld gered in vier verzegelde zakken, alles bij elkaar 1792 gulden. Met behulp van collectes, een loterij en andere financiele hulp werd er geld verzameld om een renteloze lening te kunnen verstrekken aan de getroffenen.

Om het verbranden van een weerloos dorp toch nog te rechtvaardigen verplaatste Holmes in zijn verslag aan de Engelse admiraliteit de op Vlieland aanwezige pakhuizen in gedachten naar Terschelling. Hij verklaarde eveneens dat hij graag de andere dorpen op het eiland ook verbrand had, maar dat de dreigende eb hem dwong naar de schepen terug te keren.

© 2001-2005 www.Schylge en Alternate Experience, alle rechten voorbehouden