Terschellinger Historie in een notendop

In tijden van oorlog

In de 14e eeuw deden de graven van Holland verwoede pogingen om Friesland tussen Vlie en Lauwers, dat ze 'Oost-Friesland' noemden in hun bezit te krijgen. De Terschellingers van toen merkten daar ook het een en ander van. Op 10 augustus landde Willem van Naaldwijk op het eiland, stak het in brand en keerde met een grote buit en veel gevangenen terug in Holland. In 1387 kwam er vrede in ruil voor 500 oude schilden, te voldoen in 2 termijnen.

Honderd jaar later was Philips de Schone graaf van Holland. De veldheer Albrecht van Saksen kreeg de vrije hand in Friesland, waar Schieringers en Vetkopers elkaar het leven zuur maakten. Zijn zoon Hendrik landde enig malen op Terschelling. Hij wilde ze dwingen hem als hun heer te huldigen en de eed van trouw aan hem af te leggen, maar dat weigerden ze resoluut. Daarop eiste hij een schatting van 11000 goudguldens, zette zittende regeerders af en stelde anderen in hun plaats, legde beslag op inkomsten, eiste belasting op bier, ontsloeg de pastoor van het Westeinde en benoemde een andere. Ook in Friesland zelf wist Hendrik zich gehaat te maken. Friezen en Terschellingers deden hun beklag bij Philips de Schone. Deze maakte uit de klachten op dat Hendriks optreden leidde tot grote hinder, verdriet en eeuwige verderfenis van zijn Terschellinger onderdanen.De heer van Egmond werd tot hun beschermer benoemd, die ze zo nodig gewapenderhand diende te verdedigen.

Hoewel Terschelling voor zowel Holland als Friesland in een uithoek lag, heeft het door de eeuwen heen toch een aantal malen met militaire acties te maken gekregen.

Er volgden nog diverse oorlogsdaden. In 1569 de overval door een groep Watergeuzen op de Stryper kerk. In 1572 zijn er nogmaals Watergeuzen op Terschelling geweest, zij het niet vrijwillig. Zij waren gevangenen van Waalse soldaten in Spaanse dienst. In 1576 was er het verblijf van de door de Groninger edelman Barthold Entens van Mentheda aangeworven troepen, geen daad van vriendschap genoemd. In 1583 werd Terschelling wederom, en toen zeer tegen de zin van de Staten van Holland, aangewezen als loopplaats voor troepen, die bestemd waren voor de strijd tegen de Spanjaarden in Groningen. De 2000 gelegerden vertrokken pas toen ze gratis voorzien waren van grote hoeveelheden oorlogsbenodigdheden. Nog jaren later klaagden de Terschellingers over de enorme schade, in die anderhalve maand belegering aangericht. Zes jaar later vluchtte een legeroverste uit Friesland met een gedeelte van zijn manschappen, vrouwen en kinderen. De schade bedroeg 12000 gulden plus 2500 gulden aan inkwartieringskosten.

De volgende ongewenste bezoekers waren de Engelsen op 20 augustus 1666. Het westeinde werd hierbij grotendeels in brand gestoken en verwoest. Het duurde 133 jaar, maar toen kwamen de Engelsen terug. Tijdens de landing in 1799 van de Engelsen en Russen in Noord-Holland was een Engelse vloot actief op de Zuiderzee. Op 19 september 1799 kwam de kapitein van een Engels oorlogsschip op Terschelling. Hij verklaarde het eiland voor de Prins van Oranje, de in 1795 naar Engeland gevluchte stadhouder Willem V.

© 2001-2005 www.Schylge en Alternate Experience, alle rechten voorbehouden