Terschellinger Historie in een notendop

Midsland

Toen in 1962 Midsland riolering kreeg, was dat een goede gelegenheid voor een beperkt archeologisch onderzoek. Het hoge deel van het dorp met de kerk bleek op een natuurlijke hoogte te liggen, die sedert de 12e eeuw door ophoging met afval en zand zeker anderhalve meter hoger was geworden.

Midsland is ontstaan op een rug van oud duinzand die rondom in het lage land lag. Het is opvallend dat de middeleeuwse kerk, gebouwd op een door mensenhanden opgehoogd duin, slechts 400 meter, dat is amper vijf minuten lopen, verwijderd was van die andere middeleeuwse kerk op een oud duin, de Stryper kerk. De twee parochies werden gescheiden door een geul. Het kan zelfs wel zijn, dat deze geul in de tijd dat Midsland ontstond nog zo breed en diep was, dat hij door kleine schepen kon worden bevaren.

Gezicht op Midsland in 1775, aquarel van Pieter van Cuyck.

In 1597 kwam de Amsterdammer Wichman Kerckrinck in Midsland te wonen. Hij was er door de staten van Holland tot drost benoemd. Hij moest er alles doen wat een goede drost betaamde en voorts alles doen wat een goede drost van Terschelling behoorde te doen. Daar stonden alle rechten en inkomstn tegenover die van ouds tot het ambt hadden behoord. Hij legde de eed af en vertrok met zijn vrouw en kinderen naar Midsland. Daar bleek dat het gemenelandshuis dat zijn dienstwoning had behoren te zijn was afgebrand. Hij had er geen gemakkelijk leven, hij lag voortdurend overhoop met de eilandregeerders, en dat leidde in 1604 tot een abrupt einde aan zijn loopbaan. Terschelling had twee burgemeesters, waarvan er elk jaar één aftrad. De drost verkoos dan een nieuwe uit de schepenen. Hij passeerde dat jaar de schepen, die vast op de benoeming had gerekend. Deze ontstak daarop in zo'n woede dat hij de drost vermoordde. Zijn weduwe ruilde het huis voor landbezit in Zuid-Holland en vertrok.

Op 28 april 1782 brak er brand uit aan de zuidkant van Midsland. Het betrof de pastorie en zes huizen die bij elkaar stonden. Het was midden in de Vierde Engelse oorlog, geen rooskleurige tijd. Er stonden huizen leeg in het dorp, de drie verbrandde die wat achteraf stonden konden wel gemist worden zonder dat de lege plekken het dorp zouden ontsieren. De pastorie was wel beschadigd, maar kon worden hersteld. De zes burgerhuizen hadden acht eigenaars. Met hen werd, tot ieders tevredenheid, een regeling getroffen. Het geld kwam uit collectes waarvoor de drost en regenten van het dorp toestemming hadden gevraagd en gekregen van Gecommiteerde Raden.

© 2001-2005 www.Schylge en Alternate Experience, alle rechten voorbehouden