|
Terschellinger Historie in een notendop
Vijf kerken en een kapel
De vijf middeleeuwse en dus roomskatholieke kerken waren uiteraard aan heiligen gewijd. Terschelling behoorde, in de middeleeuwen, kerkelijk tot Westergo. Hiervan zijn twee kerkenlijsten bewaard gebleven. In de oudste, uit ± 1270, worden er vier genoemd, maar zonder dorpen: St. Maarten, St. Pieter, St. Jan en St. Nicolaas. De andere dateerd uit 1440: St. Maarten, St. Pieter in Viveporten, St. Jan, St. Nicolaas en St. Willibrordus. Omdat deze lijsten niet alfabetisch zijn en ook niet van west naar oost of omgekeerd, is de gedachte dat ze in volgorde van ouderdom zijn.
De St. Maartenskerk stond op het Stryper kerkhof. Wie er gaat kijken kan zien dat er in de loop van de tijd meerdere kerken hebben gestaan.Omstreeks het jaar 850 is op deze plaats, oorspronkelijk bevond zich hier een tot het oude duinlandschap behorend duin, een houten gebouwtje neergezet. Rond 950 à 1000 begonnen de toenmalige bewoners aan een omvangrijk karwei. Het duin werd niet alleen verhoogd, maar ook belangrijk uitgebreid. Daarna werd aan een nieuw bouwwerk begonnen, een drieschepige zaalkerk. Honderd jaar later begon men opnieuw te bouwen. De kerk kreeg spouwmuren van tufsteen uit de Eifel, opgevuld met een mengsel van keitjes en specie. De kerk kreeg ook een toren.
Omstreeks 1200 vond men de kerk te klein, het oude koor werd afgebroken, de tufstenen muren werden verlengd en er kwam een groter koor. Weer 100 à 150 jaar later werd de kerk opnieuw verlengd, ditmaal met bakstenen, zogenaamde kloostermoppen.
|
|
Detail van de kaart van Heeres van 1556 waarop de kerk van Viveparte, de St. Pieterskerk nog te zien is.
|
Dat de St. Maartenskerk is verdwenen is het werk van de Watergeuzen geweest. Na het ontslag van de pastoor in 1568 sloot deze zich aan bij de Watergeuzen. Op 12 september 1569 kwam hij terug. Vermoedelijk ging hij ter hoogte van Stryp aan land. Het herenhuis werd in brand gestoken, evenals de kerk en de leegstaande pastorie. De uitgebrande toren is nog tot 1603 overeind gebleven om in dat jaar in te storten. Het terrein is opnieuw opgehoogd en nog zeer lang als begraafplaats in gebruik gebleven.
De tweede Echternachse kerk op 'Uuicsile' kan de St. Pieterskerk in 'Viveporte' geweest zijn. Viveporte werd verhollandst tot Vijfpoort. Dat was dus niet de naam van de kerk. Het was de naam van de parochie, die waarschijnlijk oorspronkelijk alleen Formerum omvatte. Al in 1440 was er een band met Midsland. De pastoorplaats was toen vacant. Uit het belastingkohier van 1570 blijkt dat Midsland en Vijfpoort zijn samengevoegd. Ook deze kerk is verdwenen, hoe weten we niet.
De St. Janskerk in Hoorn is de enig overgebleven middeleeuwse kerk op Terschelling. In de ruim zeven eeuwen van zijn bestaan is er heel wat vertimmerd, afgebroken, vervangen en opgelapt. Chronisch geldgebrek maakte het onderhoud in vorige eeuwen tot een te zware last voor de kerkelijke gemeente. Voor herstel van de torens van deze en ook van de oude Midslander kerk is vaak een beroep gedaan op de Staten van Holland wegens hun belang als landmerk voor de scheepvaart. Tijdens de restauratie in 1963-1969 is veel van de oorspronkelijke bouw aan het licht gekomen.
De St. Willibrorduskerk stond in Midsland op precies dezelfde plaats als de tegenwoordige hervormde kerk. Hij is in 1880 afgebroken, een lot dat veel bouwvallige middeleeuwse kerken in die tijd trof. De oude torenklok bestaat nog wel. Die was met zijn doorsnede van 1,15 meter en zijn gewicht van 909 kilogram veel te groot voor het torentje op de nieuwe kerk. Hij is verkocht en hangt nu in de roomskatholieke kerk van Schagen.
De kapel, die in 1330 door Sjoerd Popma kan zijn gesticht, stond in Oosterend. Hij zou hebben gestaan op de plaats waar nu Café de Boschplaat is. Er moet een begraafplaats bij zijn geweest, want in het nabij gelegen land zijn grafresten gevonden.
Vierde in de oude kerkenlijsten van Westergo is de St. Nicolaaskerk op het Westeinde. In 1559 wendden de Terschellingers zich tot Amsterdam. De kerk werd toen door de zee bedreigd, evenals de oude Brandaristoren. Amsterdam wilde wel helpen om de toren te behouden, maar de inwoners moesten zelf voor hun kerk zorgen. De toren, die oorspronkelijk ver in de duinen stond, is nog tot januari 1593 behouden gebleven. De kerk niet, die moest al vrij snel een prooi van de zee zijn geworden.
|